Vier generaties familie Beerens zetten de toon in de slagerswereld
De idealen die Twan Beerens met zijn nieuwe zaak wil verwezenlijken, vinden hun oorsprong in het verleden. Twan is de vierde generatie in de familie Beerens die voor het vak van slager koos. Alleen dat is al opmerkelijk. In een tijd dat ambachtelijke beroepen slechts met moeite kunnen opboksen tegen (grote) productiebedrijven getuigt het van visie en moed om een nieuwe formule in de markt te zetten.
Piet Beerens, de overgrootvader van Twan, zette in het midden van de negentiende eeuw de eerste stappen in het slagersvak. Hij had doorzettingsvermogen en was niet bang nieuwe kansen en uitdagingen aan te pakken. Opa Toon Beerens volgde hem met evenveel beroepseer op en vader Ton was met innovatieve ideeën zijn voorbeeld. Oog hebben voor nieuwe ontwikkelingen en er zelf vorm aan geven zijn kenmerkend voor vier generaties Beerens. Niet alleen de Bestse tak van de slagersfamilie, ook in Eindhoven en Liempde is slagerij Beerens een bekende naam. De ervaringen familietraditie liggen opgesloten in de plannen die nu door Twan ten uitvoer zijn gebracht.
Handig
Piet Beerens, de grondlegger van de familietraditie, was een handige jongen. Het grootste gedeelte van de week was hij metselaar en hielp hij zijn baas bij het bouwen van huizen en stallen. ’s Zaterdags was hij barbier en knipte en schoor hij mensen die er ’s zondags netjes bij wilden lopen. Hij had een boerenbedrijfje met koeien, varkens en paarden. Hij had ook een rijtuig en als een notaris van Eindhoven naar Oirschot wilde, ging hij eerst met de trein naar Best om zich vervolgens door Piet Beerens met het rijtuig van Best naar Oirschot te laten brengen. Het leidde tot de aanschaf van meer rijtuigen en paarden en er kwamen oproepbare koetsiers. Zo wist de ondernemende Piet Beerens, zijn kansen aanvoelend, op verschillende manieren de kost te verdienen.
Slachten
Van een oudere man had Piet het slachten van varkens en soms een koe afgekeken. Iedereen had aan het eind van de negentiende eeuw wel een paar varkens in een stal bij het huis. Tegen het slachten van deze dieren voor eigen gebruik zag men op. Meestal was dat een karwei voor de slachter. Na het slachten werd een dag later het varken verdeeld in bruikbare, handelbare stukken. Worst, balkenbrij en zult werden net als het zouten van hammen en spek door de huisvrouw gedaan.
Piet had al snel meer varkens dan hij kon opeten en hij verkocht dan ook wel vlees. Ook wist hij de weg naar de veemarkt in Den Bosch te vinden. Geleidelijk aan werden het slachten en de verkoop in de winkel de hoofdmoot van het bestaan van Piet Beerens.
Piet en zijn echtgenote Petronella kregen zeven dochters en drie zonen. Zoon Pieter verdronk, Toon nam in de jaren dertig de zaak in Best over, terwijl zoon Willem in Eindhoven een slagerswinkel opende.
Vier zonen in slagersvak
Toon ging vooral de boer op om vlees te kopen. Niet alleen in Best maar ook in de omliggende dorpen. Hij stond erom bekend dat hij zijn afspraken nakwam.
Toon trouwde met Riet Naaykens en er werden vijf kinderen geboren: één meisje (Marie-José) en vier jongens: Piet, Jos, Ton en Jan. Bijzonder is dat alle vier de zonen in het slagersvak terecht kwamen. Piet en Jan werden keurmeester, Jos nam later de ouderlijke slagerij aan Hoofdstraat 16 over en Ton, de vader van Twan, opende in 1973 een winkel aan de Oirschotseweg. In 1980 verhuisde de slagerij na een grondige verbouwing naar het pand aan de Hoofdstraat.
“Mijn vader drong er altijd op aan om een diploma te halen. Studeren was niet mijn hobby en beroepskeuzeadviseurs waren er toen nog niet. Wel hadden we thuis geleerd wat werken was. Werkweken van zeventig tot tachtig uur was gewoon. Ik was negentien jaar toen ik van de slagervakschool kwam”, vertelt Ton Beerens. “Daarna heb ik verschillende cursussen gevolgd zoals de cursus voor paardenslager en fondue- en gourmetcursussen. In 1975 ben ik ook in Oirschot een slagerij begonnen. In 1978 deed ik die weer van de hand om me volledig op Best te concentreren. We hebben altijd vee gehouden, voor ons eigen bedrijf maar ook als hobby. We erfden van mijn vader stukken grond, waarop we koeien en paarden hielden. Ik heb er altijd veel werk van gemaakt om de dieren op de juiste manier te voeren en ze goed te verzorgen. Dat kwam de kwaliteit van het vlees ten goede.”
In 1997 kwam Twan in de zaak, eerst in loondienst en in 2003 nam hij de slagerij over van zijn vader Ton.
“Het heeft enkele jaren geduurd voordat de ideeën van Twan ook bij mij landden. Twan gaat uitsluitend voor kwaliteit, hij gaat voor het beste. Dieren moeten jong zijn, vrouwelijk en maar een keer hebben gekalfd. Ik wil nog een jaar meewerken, mijn jarenlange ervaring inzetten en dan stoppen. Ik hoop samen met mijn echtgenote Nelleke, die dertig jaar lang mede het succes van onze winkel heeft bepaald, nog een steentje bij te dragen aan zijn succes.”
Slagersvakschool
Na de Bernardusschool en de havo (Heerbeeck College) volgde Twan de slagersvakschool in Utrecht, toen nog een vierjarige dagopleiding. Deze opleiding werd gevolgd door een stageperiode van drie jaar.
Bij Keurslager Van Hest in Goirle, een coryfee in de slagerswereld, ging bij Twan een wereld open. “Na anderhalf jaar zat mijn hoofd vol met ideeën”, vertelt Twan. “Toen ik thuis ging werken, botsten die ideeën met de cultuur die in de slagerij heerste. In het begin wilde ik teveel ineens. Ik kwam er achter dat het beter was om mijn ideeën stap voor stap vorm te geven. Zo wilde ik stoppen met het zelf slachten van dieren, maar dat was aanvankelijk niet bespreekbaar. Door de ontwikkelingen in de markt en de steun van de brancheorganisatie kregen de verbouwingsplannen langzamerhand toch vorm en is de bal gaan rollen. In 2004 werden de ideeën die ik had omgezet in een nieuwe opzet voor de winkel. Ik heb links en rechts mijn voelhorens uitgestoken, overleg gepleegd met interieurbouwers en gesproken met mijn medewerkers. Wat er nu staat is een groeiproces van jaren geweest. De winkel is mijn passie. We hebben alleen de buitenmuren laten staan en de vroegere slagerij bij de winkel getrokken. In een grote open keuken maken koks kant en klare producten. Door het grotere oppervlak kunnen we meer in de winkel laten zien. Er is een diepvrieskast met kant en klare maaltijden, die in onze eigen keuken worden bereid. Ook kant en klare salades en soepen worden producten die we gaan voeren. Uiteraard blijven vlees en vleeswaren belangrijke producten, maar de vraag naar gemakartikelen neemt sterk toe. Daar spelen we op in met gevarieerde en kwalitatief goede producten.”
